adhd2 copy


Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD)

Voorbeeld 1


Pieter, zit in groep 5 en kan niet stil blijven zitten. Hij roept door de klas. Pieter is snel afgeleid en heeft daardoor zijn werk niet af. Bij het buitenspelen is Pieter vaak te wild.
Is uw kind:
  • druk en onrustig
  • wiebelig en friemelig
  • ongeconcentreerd en snel afgeleid
  • slecht luisterend
  • ongeduldig en impulsief
  • zich niet bewust van gevaar
  • altijd bezig
Dan is er mogelijk sprake van ADHD

Voorbeeld 2

Thirza is 11 jaar en zit dagelijks weg te dromen in de les. Ze hoort vaak niet wat de leraar zegt. Ze zit vaak te kletsen met haar vriendinnetje. Thirza is slim genoeg maar haalt toch slechte cijfers.
Is uw kind:
  • dromerig
  • snel afgeleid
  • onrustig in het hoofd
  • onderpresterend op school
  • voortdurend alles kwijt
  • aan een stuk door pratend
Dan is er mogelijk sprake van ADD

Voorbeeld 3

Bram zit in HAVO-2 en heeft problemen met plannen op school. Hij vergeet zijn huiswerk op te schrijven. Hij kan zich er niet toe zetten om te gaan leren. Bram vergeet en verliest van alles. Zijn kamer thuis is een chaos.
Is uw kind:
  • slecht georganiseerd en chaotisch
  • ongeconcentreerd en snel afgeleid
  • altijd met andere dingen bezig
  • snel in conflict met anderen
  • gauw gefrustreerd
  • voortdurend alles kwijt
  • luidruchtig en druk
Dan is er mogelijk sprake van ADHD


Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Autisme betekent in zichzelf gekeerd. Het wordt zo genoemd omdat mensen met autisme vooral veel moeite hebben om contact met anderen te maken. Ze willen vaak wel, maar ze weten niet hoe. De belangrijkste kenmerken van autisme zijn:
  • Moeite om contact met anderen te maken, anderen te begrijpen en goed af te stemmen op anderen;
  • Moeite met taal of met het gebruiken en begrijpen van (non)verbale taal;
  • Gebrek aan fantasie;
  • Heel erg gericht zijn op een interesse of een beperkt repertoire aan interesses hebben;
  • Star zijn in denken en handelen (erg vast kunnen houden aan regels of eigen gedachtegangen);
  • Moeite hebben met veranderingen en moeite hebben met schakelen van de ene situatie naar de andere;
  • Overgevoelig kunnen zijn voor geluiden, geuren of licht;
  • Soms een wat houterige motoriek;
  • Moeite hebben met het overzien van situaties;
  • Moeite hebben met het gebruiken van aangeleerd gedrag in een andere situatie;
  • Moeite met automatiseren en plannen.

Voorbeeld 1

Anne is een wereldvreemd meisje. Als kleuter zat zij wiegend in een hoekje. Zij begon laat te praten en maakte haar eigen woorden. Ook had zij de neiging om woorden te herhalen. Toch waren er in de peutertijd niet veel problemen met Anne. Intuïtief hadden haar ouders zich al behoorlijk ingesteld op haar eigenaardigheden. De echte problemen ontstonden pas toen Anne naar school moest. Toen bleek zij zich nauwelijks te kunnen aanpassen aan de groep en weinig begrip te hebben van wat er in anderen omging. Zij ontwikkelde driftbuien waar duidelijk angst achter zat. Bij Anne zou sprake kunnen zijn van PDD NOS (dit is de afkorting van een Engelse naam, waarvan de Nederlandse vertaling betekent: pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven. Dit is een van de meest voorkomende stoornissen binnen het autismespectrum).

Voorbeeld 2

Willem is een aardige jongen, maar wel een beetje vreemd. Als je hem hoort praten, lijkt het alsof je een volwassene hoort. Hij gebruikt geen kindertaal en wat hij vertelt gaat ook niet over kinderonderwerpen. Willem praat bijvoorbeeld graag over dinosaurussen of batterijen. Als hij over dergelijke thema’s begint, kom je ook haast niet meer van hem af. Willem heeft weinig interesse in vriendjes. Hij speelt het liefst alleen. Aan gymnastiek heeft hij een hekel. Emotioneel gezien gedraagt Willem zich als een veel jonger kind. Bij Willem kan sprake zijn van het syndroom van Asperger, ook dit is een veel voorkomende stoornis binnen het autismespectrum.

Voorbeeld 3

De ouders van Michel wisten eigenlijk al vlak na de geboorte van Michel dat hij anders was dan zijn broer en zus. Michel strekte nooit zijn armpjes uit als zijn ouders boven de wieg stonden. Ook vermeed hij oogcontact. Hij kon uren achter elkaar huilen en wat ouders ook deden, Michel was niet te troosten. Elke keer als zijn moeder hem oppakte spande hij zijn hele lijf. Michel houdt niet van knuffelen. Inmiddels is Michel 9 jaar. Hij houdt nog steeds niet van knuffelen en heeft liever geen lichamelijk contact. Hij heeft geen vriendjes in de buurt of in de klas. Hij speelt wel eens samen met anderen maar hij bepaalt dan hoe en wat er gespeeld wordt. Michel vraagt anderen zelf eigenlijk nooit om te spelen. Als hij in een groepje speelt gaat het altijd mis en eindigt het spel in een enorme boze bui. Michel kon toen hij 5 jaar was al hele encyclopedieën lezen. Aanvankelijk vonden zijn ouders dit heel bijzonder en stimuleerden zij dit lezen ook. Zijn ouders vinden het nog steeds bijzonder, maar nu op een andere manier: Michel lijkt wel verslaafd aan lezen en aan het opnoemen van alle feiten die hij in de encyclopedie heeft gelezen. Hij let eigenlijk niet goed op of er wel iemand naar hem luistert en of iemand al die informatie wel wil horen. Hij kan eigenlijk niet stoppen en het belet hem om allerlei andere dingen te doen. Michel vindt het moeilijk om nieuwe dingen aan te leren, maar als hij het eenmaal aangeleerd heeft kan hij er ook erg star aan vast houden. Bij Michel kan er sprake zijn van een autistische stoornis.